De vijf bladeren waaruit een sigaar bestaat
Zoals je de anatomie van het menselijk lichaam bestudeert, bestaat ook een sigaar uit verschillende delen: het binnengoed (tripa), het omblad en het dekblad, die bij het roken alle smaak en aroma dragen. Dat geheel wordt gevormd door drie bladeren in de «tripa», één in het omblad en één in het dekblad.
Het binnenste deel van de sigaar heet het binnengoed, en daarin schuilen de geheimen van wat de meester-sigarenmakers de «liga» of «ligada» noemen: het bestaat uit drie verschillende tabaksbladeren, genaamd Volado, Seco en Ligero.
De Volado bestaat uit bladeren van het onderste deel van de plant. Ze zorgen voor de brandbaarheid van de sigaar en worden ook Fortaleza 1 genoemd.
De Seco-bladeren komen uit het middelste deel van de plant, zijn van gemiddelde sterkte en leveren het belangrijkste deel van het aroma.
De Ligero-bladeren groeien bovenaan, hebben de grootste kracht en het hoogste smaakgehalte.
De «liga» — de verhouding van deze drie tabakssoorten in het binnengoed — is het grote geheim van de meester-sigarenmakers, dat ze vrijwel nooit prijsgeven. Van de melange hangt niet alleen af of een sigaar meer of minder kracht heeft, maar ook of de aroma’s zich tijdens het roken parallel aan de smaken ontvouwen — het resultaat is een «gebalanceerde» sigaar.
Zodra het binnengoed klaar is, wordt het geheel gewikkeld in een vierde blad, het capote (omblad), dat de structuur van de sigaar vastlegt.
Het vijfde blad noemen sigarenmakers gekscherend «het jasje» van de sigaar. De echte naam is capa — het dekblad, waaraan wij liefhebbers onze ogen verlekkeren wanneer we in onze vaste zaak een sigaar uitkiezen.
Tot slot een tip: om de aroma’s vóór het aansteken het best waar te nemen, ruik je aan de open voet van de sigaar — precies daar herken je de tabaksmelange van het binnengoed.